INFORMATIE VOOR PATIËNTEN | << terug



Informatie over anesthesie voor heelkundige ingrepen

4: Algemene anesthesie, bijkomende informatie



Deze tekst beantwoordt in het kort enkele van de meest voorkomende vragen over een algemene anesthesie.

Hoe weet mijn anesthesist dat alles in orde is tijdens de operatie?
Uw lichaamsfuncties worden voortdurend van nabij geobserveerd door de anesthesist en de andere leden van het team. Gespecialiseerde toestellen worden gebruikt om de werking van uw hart, de bloedcirculatie, uw ademhaling en andere belangrijke orgaanfuncties te monitoren

Ik heb een slecht hart, moet ik me zorgen maken?
Anesthesisten zorgen regelmatig voor patiënten met een slecht hart, met longziektes, slecht werkende nieren en alle mogelijke medische problemen.
Voor de operatie worden aan de hand van het pre-operatieve dossier uw algemene gezondheidstoestand en specifieke risico’s ingeschat. Soms is het nodig bijkomende technische onderzoeken of consulten aan te vragen om een beter beeld te krijgen van uw gezondheidstoestand. Zelden zal uw ingreep omwille van gezondheidsredenen tijdelijk uitgesteld worden.
De anesthesie zelf wordt zoveel mogelijk aangepast aan uw algemene gezondheidstoestand, uw specifieke problemen en de medicatie die U gebruikt. Dit heeft als doel het risico dat uw gezondheidstoestand verslechtert zo klein mogelijk te houden.

Ik rook, is dat een probleem?
Indien U rookt is ons advies van dit zo snel mogelijk te laten.
Het is bekend dat tijdelijk onderbreken van het roken, bvb vanaf enkele dagen voor de ingreep tot een paar dagen na de operatie, de genezing zeer sterk bevordert. Proberen dus!!
Als roker hebt U meer kans op ademhalingsproblemen tijdens en na de anesthesie. Gelukkig kunnen deze problemen meestal vlot opgelost worden. Na de ingreep is het best dat U als roker extra aandacht besteedt aan ademhalingsoefeningen om bronchitisopstoot of longinfecties te helpen voorkomen.

Kan ik allergisch zijn voor de anesthesie?
Allergie en allergische reacties zijn niet frequent, maar vormen wel een toenemend probleem in onze moderne maatschappij. Elk geneesmiddel of ontsmettingsmiddel kan allergie uitlokken.
In de preoperatieve vragenlijst wordt daarom veel aandacht gevraagd voor dit onderwerp.
Indien U zelf of een familielid ooit ernstige problemen ondervond tijdens een (vorige) ingreep of tengevolge een verdoving, moet dat zeker vooraf gemeld worden. Bijkomende oppuntstelling in een centrum voor allergologie kan aangewezen zijn.
De ernst van allergische reacties kan variëren van lichte huiduitslag over veralgemeende roodheid tot allergische shock. Dit laatste is een ernstige verwikkeling en komt gelukkig slechts zelden voor. Uw anesthesist is geoefend om zulke problemen te herkennen en te behandelen en zal zijn uiterste best doen om U gezond door elke complicatie te leiden.

Moet ik echt een intraveneuze leiding krijgen?
Bij ongeveer alle ingrepen wordt een IV leiding geplaatst. Meestal worden de handrug of de voorarm hiervoor gebruikt. Deze toegang wordt niet alleen gebruikt om anesthesie en pijnstillers toe te dienen, maar ook om ervoor te zorgen dat uw lichaam voldoende vocht krijgt. De leiding dient ook als een soort “noodlijn” als er dringend (levensreddende) geneesmiddelen moeten toegediend worden. De leiding wordt meestal verwijderd als U goed kan eten en drinken en als er geen nood meer is aan een toegangsweg om intraveneuze geneesmiddelen toe te dienen.

Ik heb losse tanden, is dat een probleem?
Het is noodzakelijk de anesthesist hierover te informeren.
Tijdens de verdoving plaatst de anesthesist bijna altijd een “beademingstube” in de mond. Indien U een gezond en verzorgd gebit heeft, zal deze tube of het instrument dat men gebruikt om deze te plaatsen de tanden niet beschadigen. Als U slecht verzorgde, loszittende tanden of kunsttanden heeft, zal de anesthesist met grotere voorzichtigheid de mond manipuleren om schade te voorkomen.
Het spreekt voor zich dat soms toch tanden of tanddelen beschadigd geraken.
De anesthesist zal U hiervan dan op de hoogte brengen en U verwijzen naar de tandarts of stomatoloog om een oplossing te zoeken voor uw probleem.

Gebeurt het dat ik wakker word tijdens de ingreep?
Wakker worden tijdens de ingreep is zeldzaam. Gelukkig volgt de anesthesist een aantal parameters die hem toelaten de diepte van de anesthesie in te schatten en aan te passen.
Bij een geplande ingreep is wakker worden zeer zeldzaam.
Soms moet de anesthesist de anesthesiediepte om veiligheidsredenen beperken zoals bv na een zwaar trauma of bij een keizersnede onder algemene verdoving en is het risico op wakker worden tijdens de ingreep iets groter.
In geval uw ingreep onder regionale anesthesie uitgevoerd wordt, ttz. dmv een ruggenprik of een zenuwblok, en U gekozen heeft voor een “comfortslaapje” gebeurt het soms dat U tijdens of op het einde van de procedure toch wat ontwaakt. Dit komt omdat de anesthesist U slechts oppervlakkig verdoofde, ttz. juist voldoende om te slapen, aangezien de pijnverdoving door de regionale verdoving gebeurde.

Hoe wordt mijn pijn bestreden na de ingreep?
De variatie in de hoeveelheid pijn die een patiënt ervaart na een ingreep is zeer groot. Sommige ingrepen zijn zeer pijnlijk terwijl andere zoals bv cataract operaties nadien bijna pijnloos zijn.
In de ontwaakzaal worden meestal intraveneuze pijnstillers toegediend.
De anesthesist maakt het voorschrift voor de pijnstilling na de operatie. Hij houdt hierbij rekening met de uitgebreidheid van de ingreep, de te verwachten pijn, de individuele gevoeligheid van de patiënt, alsook met de leeftijd en de gezondheidstoestand.
De verpleegkundige zal volgens dit voorschrift op regelmatige tijdstippen, of op uw verzoek pijnmedicatie toedienen. Dit gebeurt via de baxter, doch ook door middel van spuitjes.
De PCA-methode (patiënt gecontroleerde analgesie) is een populaire methode om pijnstilling toe te dienen. Meestal wordt deze vorm van pijnbestrijding gebruikt in combinatie met bv een peridurale catheter. Met deze methode kan de patiënt zelf, in beperkte mate, pijnstilling toedienen volgens eigen behoefte, via een druk op de knop. Overdoseren is niet mogelijk omdat na de toediening van het geneesmiddel automatisch een geprogrammeerde periode (lock-out) volgt waarin geen medicatie meer toegediend wordt door de pomp, ook al zou de patiënt erom vragen. De anesthesist beslist samen met de chirurg of het plaatsen van een pijnpomp in uw geval noodzakelijk is.
Vanaf het ogenblik dat U normaal kan eten en drinken wordt de intraveneuze pijnstilling en deze door middel van spuitjes afgebouwd, en vervangen door pijnstillende tabletten.

Zal ik een pijnlijke keel hebben na de ingreep?
Het plaatsen van een tube in de keel of luchtweg geeft soms keelpijn en heesheid na de ingreep. Dit is vooral vervelend, doch meestal onschuldig. Deze ongemakken verdwijnen meestal binnen 24 uur na de verdoving. Blijvende keelpijn of heesheid meldt U best aan de anesthesist.

Zal ik misselijk zijn of braken na de ingreep?
Misselijkheid en braken zijn de meest frequente ongemakken nà een ingreep onder algemene verdoving. De misselijkheid wordt veroorzaakt door de ingreep zelf, de middelen die gebruikt worden voor de verdoving of de pijnstilling na de operatie, door individuele “overgevoeligheid”, of door een combinatie van factoren.
Sommige ingrepen geven meer kans op misselijkheid dan andere. Oog-, middenoor- en darmoperaties veroorzaken de meeste problemen.
Personen die gevoelig zijn voor reis of wagenziekte, of die na een vorige ingreep ook misselijk waren lopen het grootste risico.
Gelieve de anesthesist extra te informeren vooraleer U onder verdoving gebracht wordt. Hij/zij zal dan reeds tijdens de operatie geneesmiddelen geven die de misselijkheid en het braken zoveel mogelijk voorkomen.

Krijg ik bloed tijdens de ingreep?
Er zal bloed toegediend worden indien de anesthesist dit absoluut noodzakelijk vindt om uw gezondheid te beschermen. Alle bloed is getest op de aanwezigheid van het AIDS-virus, hepatitis B en C en andere infecties. Indien uw religie het gebruik van bloedprodukten niet toelaat (Jehova), dan moet U dit op tijd aan de anesthesist en chirurg melden.

Een familielid van mij had een slechte reactie op zijn anesthesie, kan dat mij overkomen?
Er zijn twee zeer zeldzame erfelijk bepaalde complicaties die we hier moeten vermelden. Indien U of familieleden ernstige problemen stelde tijdens of na een narcose moet U dit natuurlijk melden op de vragenlijst.
- Maligne hyperthermie is een zeer zeldzame erfelijke ziekte die in gang gezet kan worden door sommige anesthesieproducten. Hoge koorts en zeer ernstige problemen tijdens of na een ingreep zijn hiervan de symptomen. Door ontwikkeling van steeds veiligere producten komt deze verwikkeling zeer zelden voor. Indien deze complicatie zich toch bij U moest voordoen zal uw anesthesist alles in het werk stellen om U gezond door deze situatie te leiden.
- Sommige mensen zijn niet in staat om bepaalde spierverslappers af te breken. Hierdoor werkt dit product veel langer dan gepland en bestaat het risico dat men U langer dan gepland onder verdoving moet houden, ttz tot dit product spontaan is uitgewerkt.