INFORMATIE VOOR PATIËNTEN | << terug



Informatie over anesthesie voor heelkundige ingrepen

5: Regionale verdoving, bijkomende informatie



Het is belangrijk eerst een misverstand uit de wereld te helpen. Er is een belangrijk verschil tussen zgn. PLAATSELIJKE VERDOVING en REGIONALE VERDOVING:
In geval van plaatselijke verdoving wordt de huid rond de te opereren streek geïnfiltreerd met een lokaal verdovingsmiddel. Deze vorm van verdoven kan enkel als het om kleine, oppervlakkige operaties gaat (kleine gezwelletjes, cysten, snijwonden, ...) In geval van grotere of dieperliggende ingrepen kan deze vorm van verdoven niet. Er zou teveel verdovingsproduct nodig zijn, of de operatiestreek zou te fel zwellen door inspuiten van het verdovingsprodukt, zodanig dat de operatie zelf bemoeilijkt wordt. Bij een plaatselijke verdoving is de anesthesist meestal niet betrokken daar deze verdoving bijna altijd door de chirurg zelf wordt uitgevoerd.
Bij een regionale verdoving wordt een deel van het lichaam tijdelijk gevoelloos en bewegingloos gemaakt door een verdovingsmiddel in te spuiten in de buurt van een zenuwbaan. Het blokkeren van deze zenuwbanen kan over het ganse lichaam gebeuren. Een arm kan verdoofd worden via een plexusanesthesie in de oksel, het onderlichaam door een spinale- (rachi) of een peridurale anesthesie. Vaak lopen de pijnzenuwen samen met de zenuwen die de spieren laten werken. Die worden ook tijdelijk mee verdoofd. Dit leidt tot krachtverlies van de spieren.
Deze vorm van verdoving wordt uitsluitend uitgevoerd door de anesthesist die hiervoor speciaal opgeleid is. Ze gebeurt daarom ook onder bewaking, in de operatiezaal.

Regionale verdoving kan op verschillende plaatsen worden toegepast:
1: Regionale verdoving door middel van een ruggenprik:
- Epidurale verdoving
- Spinale verdoving (rachi)
- CSE = combinatie van epidurale en spinale verdoving
- Sacraalblok
2: Perifere zenuwbloks:
- Interscaleenblok = halsprik voor verdoving van schouder en arm
- Plexus Axillarisblok = okselprik voor verdoving van de arm
- Femoraalblok = liesprik voor verdoving van de knie
- ...
- ...



1: Regionale Verdoving door middel van een ruggenprik

1.1: Epidurale verdoving

Wat is een epidurale verdoving?
Een “epidurale” is een anesthesietechniek waarbij een dun flexibel buisje in de lage rug geplaatst wordt om lokaal anestheticum of andere pijnstillers toe te dienen vlakbij de zenuwen die pijnsensaties doorsturen. Hiermee kan men zowel oppervlakkige pijnstilling bekomen (arbeid en bevalling, zie verder) als volledige tijdelijke verdoving van de benen en het onderste gedeelte van het lichaam.

Hoe wordt een epidurale geplaatst?
De anesthesist zal u vragen recht te zitten op de rand van uw bed en het onderste deel van de rug zo bol mogelijk te maken. Hij zal u vragen om tijdens het plaatsen niet te bewegen. Na het verdoven van de huid wordt een naaldje tussen de wervels tot in de epidurale ruimte gebracht. Via de naald wordt nu een buisje achtergelaten dat goed op de huid vastgemaakt wordt. Dit buisje blijft de ganse tijd aanwezig.

Hoe lang blijft de epidurale katheter ter plaatse?
De katheter kan onmiddellijk na de ingreep verwijderd worden, doch blijft meestal 24 tot 48 uur nà de operatie ter plaatse. De katheter wordt verwijderd als uw behandelend geneesheer oordeelt dat pijnstilling op minder ingrijpende manier kan gebeuren, ttz. door middel van spuitjes, baxters of pillen. Het verwijderen van de epidurale katheter doet geen pijn!

Hoe lang duurt het eer een epidurale verdoving werkt?
Het plaatsen duurt ongeveer 10 minuten, waarna goede pijnstilling binnen nog eens 10 minuten begint. Bij sommige patiënten duurt het langer om de epidurale te plaatsen, (zeer zwaarlijvige patiënt, kleine gestalte, holle of zeer kromme rug, ...) Eenmaal dat de verdoving ter plaatse is, zullen uw benen warm worden en beginnen tintelen. Later verdwijnt het gevoel en kan men meestal ook de verdoofde streek niet meer bewegen.

Doet het plaatsen van een epidurale katheter pijn?
Het plaatsen van een epidurale veroorzaakt minimale last. De huid wordt eerst plaatselijk verdoofd. Dit kan een licht branderig of spannend gevoel geven. Nadien voelt u een lichte druk tijdens de procedure. Eens ter plaatse wordt de katheter goed vastgekleefd. Indien U tijdens het plaatsen toch pijn ervaart, deelt U dit mee aan de anesthesist, die zo nodig extra verdoving toedient.

Werkt een epidurale verdoving altijd?
Bij de meeste patiënten werkt een epidurale verdoving perfect.
Het gebeurt echter dat het onmogelijk is de epidurale katheter te plaatsen omwille van technische problemen: (te zwaarlijvige patiënt, te korte lichaamsgestalte, ingezakte wervelzuil, holle of zeer kromme rug, ...). De anesthesist zal dan met U en de chirurg overleggen welke alternatieve techniek zal gebruikt worden om U te verdoven. (spinale verdoving, algemene verdoving, ...).
Soms (5%) werkt een epidurale verdoving slechts aan één kant, maar meestal kan de anesthesist dit makkelijk oplossen.
Indien de epidurale verdoving onvoldoende is kan de anesthesist andere pijnstilling bijgeven of desnoods toch een algemene anesthesie toevoegen.

Zijn er patiënten die geen epidurale kunnen krijgen?
Ja, zoals mensen met stollingsproblemen, neurologische (zenuw) afwijkingen of patiënten die vroeger grote rugchirurgie ondergingen.

Kan een epidurale verdoving nevenwerkingen geven?
Tijdelijke ongemakken:
- Uw benen kunnen verdoofd en zwaar aanvoelen. Dit is normaal.
- De bloeddruk kan wat dalen doch dit is makkelijk behandelbaar.
- De rug kan ter hoogte van de prikplaats enkele dagen wat gevoelig zijn. Het is echter nooit aangetoond dat een epidurale verdoving nadien chronische ruglast kan veroorzaken.
- Soms veroorzaakt de epidurale wat jeuk, sufheid of wordt het spontaan wateren bemoeilijkt.Het kan nodig zijn om de blaas tijdelijk te sonderen.
Complicaties:
- In +/- 0.5 à 1% van de gevallen kan er na de ruggenprik voor het plaatsen van de epidurale katheter hoofdpijn en misselijkheid optreden ten gevolge van het onvoorzien doorprikken van het vlies rond het ruggenmergvocht. Deze ongemakken verdwijnen meestal spontaan maar soms moet de anesthesist toch ingrijpen om deze complicatie op te lossen. In dit geval moet de prikprocedure herhaald worden om ter plaatse een beetje bloed in te spuiten dat werkt als een inwendige pleister (dit noemt men een bloedpatch).
- Zeer zelden zijn er langerdurende verwikkelingen zoals een blijvende verdoofde plek op het been, of aan de voet, of verminderde spierkracht in bepaalde spiergroepen. Dergelijke problemen kunnen met elke plaatselijke verdovingstechniek voorkomen doch zijn zeldzaam en herstellen meestal volledig. De oorzaak kan een klein kwetsuurtje zijn van een zenuw op de plek waar men de prik gaf, maar is meestal niet te achterhalen. Bovendien komen zulke complicaties ook voor bij ingrepen onder algemene verdoving. Hier kan de complicatie dan een gevolg zijn van de operatie zelf of van de voor deze ingreep noodzakelijke houding op de operatietafel. De chirurg en de anesthesist doen steeds hun uiterste best om zulke complicaties te vermijden, en gelukkig genezen deze letsels na enkele maanden vanzelf.
- Blijvende zenuwproblemen zoals verlamming kunnen met elk type anesthesie voorkomen doch zijn uiterst zeldzaam. We werken steeds zeer voorzichtig en met het geschikte materiaal.

1.2: Spinale verdoving (Rachi)

Wat is een rachi of spinale verdoving?
Een “rachi” is een anesthesietechniek waarbij de anesthesist na lokale verdoving van de huid een zeer dunne naald brengt tot bij het ruggemergvocht en daar het verdovingsproduct inspuit.
Hiermee wordt het onderste deel van het lichaam en de onderste ledematen voor een beperkte tijd volledig verdoofd, en verlamd.

Hoe wordt een “rachi” geplaatst?
De anesthesist zal U vragen recht te zitten op de rand van uw bed en het onderste deel van de rug zo bol mogelijk te maken. Hij zal U vragen om tijdens het plaatsen niet te bewegen. Na het verdoven van de huid wordt een naaldje tussen de wervels tot in de spinale ruimte gebracht. Hierin wordt dan een kleine hoeveelheid verdovend product ingespoten. De naald wordt daarna onmiddellijk verwijderd.

Hoe lang duurt het eer een spinale verdoving werkt en hoe lang duurt de werking ervan?
Het plaatsen duurt ongeveer 5 minuten, waarna goede pijnstilling binnen nog eens 5 à 10 minuten begint. Bij sommige patiënten duurt het langer om de naald te plaatsen, (zeer zwaarlijvige patiënt, kleine gestalte, holle of zeer kromme rug, ...) Eenmaal dat de verdoving ter plaatse is zullen uw benen, zitvlak, voeten, warm worden en beginnen tintelen. Later verdwijnt het gevoel en kan men de verdoofde streek niet meer bewegen.
Een rachi verdoving werkt 2 à 6 uur. Het “ontwaken” van het onderlichaam en de benen gebeurt niet altijd symmetrisch en gelijktijdig. Let er goed op dat U het bed niet probeert te verlaten vooraleer de verdoving helemaal is uitgewerkt, én dat er een verpleegkundige in de buurt is als U de eerste keer het bed verlaat.

Doet het plaatsen van een spinale pijn?
Het plaatsen van een spinale anesthesie veroorzaakt minimale last. De huid wordt eerst plaatselijk verdoofd. Dit kan een licht branderig of spannend gevoel geven. Nadien voelt U een lichte druk tijdens de procedure. Indien U tijdens het plaatsen toch pijn ervaart, deelt U dit mee aan de anesthesist, die zo nodig extra verdoving toedient.

Werkt een spinale of rachi verdoving altijd?
Bij de meeste patiënten werkt een spinale verdoving perfect.
Zelden gebeurt het echter dat het plaatsen van een spinale verdoving wegens technische problemen niet lukt (te zwaarlijvige patiënt, te korte lichaamsgestalte, ingezakte wervelzuil, holle of zeer kromme rug, ...). De anesthesist zal dan met U en de chirurg overleggen welke alternatieve techniek zal gebruikt worden om U te verdoven.
Soms (5%) werkt een verdoving slechts aan één kant, maar meestal kan de anesthesist dit oplossen door uw houding tijdelijk aan te passen.
Indien de verdoving onvoldoende is kan de anesthesist andere pijnstilling bijgeven of desnoods toch een algemene anesthesie toevoegen.

Zijn er patiënten die geen rachiverdoving kunnen krijgen?
Ja, zoals mensen met stollingsproblemen, neurologische (zenuw) afwijkingen of patiënten die vroeger grote rugchirurgie ondergingen.

Zijn er nevenwerkingen aan het krijgen van een spinale verdoving?
Tijdelijke ongemakken:
- Uw benen kunnen verdoofd en zwaar aanvoelen. Dit is normaal.
- De bloeddruk kan wat dalen doch dit is makkelijk behandelbaar.
- De rug kan ter hoogte van de prikplaats enkele dagen wat gevoelig zijn. Het is echter nooit aangetoond dat een ruggenprikverdoving nadien chronische ruglast kan veroorzaken.
- Soms wordt het spontaan wateren tijdelijk bemoeilijkt.Het kan nodig zijn om de blaas te sonderen.
Complicaties:
- In +/- 0.5 à 1% van de gevallen kan er na de ruggenprik voor het toedienen van de spinale verdoving hoofdpijn en misselijkheid optreden ten gevolge van het niet spontaan sluiten van de prikwonde in het ruggenmergvlies. Deze ongemakken verdwijnen meestal spontaan maar soms moet de anesthesist toch ingrijpen om deze complicatie op te lossen. In dit geval moet de prikprocedure herhaald worden om ter plaatse een beetje bloed in te spuiten dat werkt als een inwendige pleister. (dit noemt men een bloedpatch).
- Af en toe zijn er langer durende verwikkelingen zoals een blijvende verdoofde plek op het been, of aan de voet, of verminderde spierkracht in bepaalde spiergroepen. Dergelijke problemen kunnen met elke plaatselijke verdovingstechniek voorkomen doch zijn zeldzaam en herstellen meestal volledig. De oorzaak kan een klein kwetsuurtje zijn van een zenuw op de plek waar men de prik gaf, maar is meestal niet te achterhalen. Bovendien komen zulke complicaties ook voor bij ingrepen onder algemene verdoving. Hier kan de complicatie dan een gevolg zijn van de operatie zelf of van de voor deze ingreep noodzakelijke houding op de operatietafel. De chirurg en de anesthesist doen steeds hun uiterste best om zulke complicaties te vermijden, en gelukkig genezen deze letsels na enkele maanden vanzelf.
- Blijvende zenuwproblemen zoals verlamming kunnen met elk type anesthesie voorkomen doch zijn uiterst zeldzaam. We werken steeds zeer voorzichtig en met het geschikte materiaal.

1.3: CSE (gecombineerde spinale-epidurale anethesie)

CSE staat voor gecombineerde spinale-epidurale en de techniek om een CSE te plaatsen is bijna gelijk aan het plaatsen van een epidurale. Deze techniek is vooral aanbevolen indien men snel, dwz op enkele minuten volledige pijnstilling en spierverslapping wil bekomen.

1.4: Sacraalblok of Caudaalblok

Dit is een prik zeer laag in de rug, ttz juist boven het zitvlak.
Deze techniek wordt bijna uitsluitend gebruikt bij peuters, kleuters en kinderen, als bijkomende verdoving in geval van operaties aan de penis voor pijnverdoving nà de ingreep.
De prik wordt pas gegeven als het kindje slaapt zodat het hiervan niets merkt.
Na het onder verdoving brengen, (meestal met een maskertje), wordt eerst een intraveneuze perfusie geplaatst, waarna het kindje eventjes op de zijde gelegd wordt om de ruggeprik te plaatsen.



2: Perifere Zenuwbloks

Wat is een perifeer zenuwblok?
Bij een perifeer blok worden zenuwen of “zenuwknooppunten” (plexus) op welbepaalde plaatsen verdoofd. De anesthesist spuit een lokaal verdovingsmiddel rond het verloop van één of meerdere perifere zenuwen met als doel één lidmaat of een gedeelte ervan te verdoven.

Hoe wordt een perifeer zenuwblok geplaatst?
Om het juiste verloop van de zenuwen te vinden maakt de anesthesist gebruik van een speciale naald die verbonden is met een zenuwstimulator. Dit is een toestel dat zachte elektrische impulsen geeft op de naaldpunt. Op het ogenblik dat de naald, onderhuids, dicht in de buurt van een zenuw komt veroorzaken de elektrische pulsen lichte regelmatige schokken in het lidmaat. Nu kan de anesthesist door de naald het verdovingsproduct rond de zenuw spuiten.

Doet het plaatsen van een perifeer zenuwblok pijn?
Het werk met de zenuwstimulator is niet of weinig pijnlijk. U ervaart schokjes en vreemd aanvoelende willekeurige bewegingen zonder hierover zelf controle te hebben.

Heeft een perifeer zenuwblok voor- of nadelen in vergelijking met algemene verdoving?
Het verdoven van perifere zenuwen heeft het voordeel dat enkel het te opereren lichaamsdeel wordt verdoofd en dat de verdoving lang kan blijven nawerken, soms tot 24 uur.
Een nadeel van een perifeer zenuwblok is dat we niet kunnen garanderen dat het altijd 100% werkt. Het kan dus zijn dat de operatiestreek nog wat gevoelig is, of niet volledig pijnvrij is. De anesthesist zal dan extra pijnstilling toedienen via de intraveneuze leiding of soms zelfs genoodzaakt zijn U onder algemene verdoving te brengen. Hiermee moet U wel rekening houden als U “lokale” verdoving vraagt.

Zijn er patiënten die geen perifeer zenuwblok kunnen krijgen?
Soms beslist de anesthesist, of de chirurg dat het plaatsen van een zenuwblok niet aangewezen of onmogelijk is. Hierna volgt een korte opsomming van mogelijke redenen:
- gebruik van bloedverdunnende geneesmiddelen
- U bent zeer zenuwachtig op het ogenblik dat de verdoving moet geplaatst worden
- ontsteking in de buurt van de prikplaats of een besmette operatiestreek
- vuile of onverzorgde omgeving van de plaats waar geprikt moet worden
- ziekte van het zenuwstelsel, of aantasting van het zenuwstelsel door bvb suikerziekte, ...
- een heelkundige ingreep aan of rond een zenuw.
De chirurg of de anesthesist zal dit met U bespreken en een alternatief voorstellen.

Moet ik echt een intraveneuze leiding krijgen als ik kies voor een perifeer zenuwblok?
Ja, het is noodzakelijk dat U een intraveneuze leiding krijgt, dit zowel voor uw comfort als voor de veiligheid.
Bij een perifeer zenuwblok dient deze leiding vooral om snel bijkomende pijnstillers toe te dienen als dit nodig mocht zijn, maar ook als een soort “noodlijn” als er dringend geneesmiddelen moeten toegediend worden. De leiding wordt meestal snel verwijderd na de operatie, als er geen nood meer is aan een toegangsweg om intraveneuze geneesmiddelen toe te dienen.

Word ik tijdens de operatie onder perifeer zenuwblok goed bewaakt?
Uw “vitale functies” worden net zoals bij een algemene verdoving of nà een ruggenprik voortdurend bewaakt. Dwz dat uw hartritme, het electrocardiogram, de bloeddruk en het zuurstofgehalte in het bloed voortdurend geregistreerd worden door een monitor, en dat de anesthesist en de operatiezaalverpleegkundige in uw buurt zijn om als het nodig is, maatregelen te nemen.

Kan ik zelf kiezen tussen een perifeer zenuwblok of algemene verdoving?
Natuurlijk kan U zelf mee kiezen voor een bepaald type verdoving. Toch moet U rekening houden met een aantal factoren:
- De chirurg die U zal opereren, is best geplaatst om samen met U het soort verdoving af te spreken. Hij weet juist hoe en waar hij moet opereren en weet uit ervaring of “lokale” verdoving voor uw operatie aangewezen is.
- “Schrik” voor verdoving of prikken mag niet de reden zijn waarom U voor een “lokale” verdoving kiest. Voor het plaatsen van het perifeer zenuwblok moeten ook (soms) verschillende prikjes gegeven worden. Bovendien zijn het dikwijls personen die van nature uit onzeker, bang, gestresseerd of zenuwachtig zijn, waarbij het zenuwblok onvoldoende of niet (lijkt) te werken.
- “Schrik” voor misselijkheid na algemene verdoving hoeft ook niet noodzakelijk een reden te zijn om te kiezen voor “lokale” verdoving. De middelen die tegenwoordig gebruikt worden voor algemene verdoving veroorzaken zeer weinig misselijkheid, en soms wordt misselijkheid veroorzaakt door de pijnstillers of ontstekingsremmers die worden toegediend nà de operatie.

Welke voorzorgen neem ik na mijn operatie onder perifeer zenuwblok?
Uw chirurg zal U duidelijk informeren wat mag en wat niet mag na de operatie.
- Na verdoving van een been, of het onderbeen is bedrust verplicht zolang uw benen gevoelloos zijn. De 1ste keer dat U het bed wil verlaten, moet dit onder toezicht van een verpleegkundige.
- Na verdoving van een arm is het best een draagdoek te gebruiken, tot het gevoel terug normaal is, en de arm wat hoogstand te geven (op een kussen leggen bvb).
- Het is ook niet toegelaten om de eerste 24 uur na een locoregionale verdoving om het even welk voertuig te besturen, technische apparaten te bedienen of gevaarlijke activiteiten uit te oefenen.

Zijn er nevenwerkingen of risico’s aan het plaatsen van een perifeer zenuwblok?
Tijdelijke ongemakken:
- Als het plaatsen van het naaldje en het opzoeken van de te verdoven zenuw erg pijnlijk is, of als het inspuiten van het verdovingsmiddel rond de zenuw pijnlijk is of pijnscheuten veroorzaakt, moet U dit meedelen aan de anesthesist.
- Soms ondervindt U wat pijn, een blauwe plek ter hoogte van de prikplaats. Dit verdwijnt binnen enkele dagen.
- Soms veroorzaakt het wakker worden van het lidmaat een onaangenaam gevoel, zoals tintelingen of zinderingen. Dit duurt soms enkele uren.
- Pijn van de operatie. Pas als de verdoving uitwerkt zal U de pijn voelen die het gevolg is van de operatie. Het is best dat U de voorgeschreven pijnmedicatie inneemt op het ogenblik dat er terug gevoel komt in het verdoofde lidmaat, vooraleer de eigenlijke pijnsensatie terugkomt. Op deze manier blijft U de pijn een stapje voor.
Complicaties:
Echte verwikkelingen zijn zeldzaam:
- Allergische reacties (cfr hiervoor) kan men op elk geneesmiddel doen, zelden ook op lokale anesthetica. De ernst van allergische reacties kan variëren van lichte huiduitslag over veralgemeende roodheid tot allergische shock. Dit laatste is een ernstige verwikkeling en komt gelukkig slechts zelden voor. Uw anesthesist is geoefend om zulke problemen te herkennen en te behandelen en zal zijn uiterste best doen om U gezond door elke complicatie te leiden:
- Te snelle opname van de verdovingstof in het bloed of injectie van (een deel van) de verdovingsstof in een bloedvat (kan soms een aanval van epilepsie veroorzaken). Dit is zeer zeldzaam en de anesthesist is bij U om de voorbijgaande problemen hieraan verbonden op te vangen.
- Af en toe zijn er langer durende verwikkelingen zoals een blijvende verdoofde plek op het been, of aan de voet of een verminderde spierkracht in bepaalde spiergroepen. Dergelijke problemen kunnen met elke plaatselijke verdovingstechniek voorkomen doch zijn zeldzaam en herstellen meestal volledig. De oorzaak is soms een klein kwetsuurtje van een zenuw op de plek waar men de prik gaf, maar is meestal niet te achterhalen. Bovendien komen zulke complicaties ook voor bij ingrepen onder algemene verdoving. Hier kan de complicatie dan een gevolg zijn van de operatie zelf of van de voor deze ingreep noodzakelijke houding op de operatietafel. De chirurg en de anesthesist doen steeds hun uiterste best om zulke complicaties te vermijden, en gelukkig genezen deze letsels na enkele maanden vanzelf.
- Blijvende zenuwproblemen zoals verlamming kunnen met elk type anesthesie voorkomen doch zijn uiterst zeldzaam. We werken steeds zeer voorzichtig en met het geschikte materiaal.

Welke perifere zenuwbloks bestaan, en waarvoor dienen zij?
Men kan bijna elke “perifere” zenuw of zenuwknoop verdoven maar slechts enkele van deze bloks worden dikwijls toegepast:

2.1: Interscaleenblok = halsprik voor verdoving van schouder en bovenarm

Deze verdovingstechniek wordt zeer dikwijls toegepast, samen met een (lichte) algemene verdoving voor zowat alle schouder- en bovenarm operaties.
Het doel van de combinatie van een algemene verdoving en het interscaleenblock is dubbel: (1) de pijnverdoving dank zij het zenuwblok maakt dat er slechts een lichte algemene verdoving noodzakelijk is. U krijgt minder (misselijkmakende) verdovingsmiddelen toegediend, zodanig dat U sneller en comfortabeler wakker wordt na de ingreep. (2) De nawerking van het blok zorgt ervoor dat U gedurende langere tijd nà de operatie weinig of geen pijn ondervindt, en minder pijnstillers nodig heeft.
Het prikken gebeurt juist voor U onder verdoving gebracht wordt of soms als U reeds slaapt.
Bij grotere ingrepen of indien veel pijn te verwachten is tengevolge de operatie, wordt soms tijdens het prikken een katheter ter plaatse gebracht. In geval van goede plaatsing kan de pijn dan 24 tot 48 uur onder controle gehouden worden door het aansluiten van een pijnpomp die U zelf kan bedienen.
Het plaatsen van een interscaleen-katheter wordt enkel nà overleg tussen anesthesist en chirurg uitgevoerd.

2.2: Plexus Axillarisblok = okselprik voor verdoving van de arm

Deze verdovingstechniek is nuttig voor ingrepen aan de arm vanaf en beneden de elleboog. Meestal wordt deze techniek toegepast zonder bijkomende algemene verdoving. Soms is het effect echter onvoldoende zodanig dat de anesthesist toch nog pijnstillende medicatie moet bij geven.

2.3: Femoraalblok = liesprik voor verdoving van de knie

Dit blok is nuttig voor pijnstilling, doch niet voor volledige verdoving, voor ingrepen rond het kniegewricht. Deze techniek wordt dus bijna uitsluitend toegepast in combinatie met algemene verdoving, en heeft dezelfde voordelen als bvb. het “interscaleenblok”.
Dit blok wordt soms gebruikt als “alternatief” als een ruggeprik niet mogelijk is. Dan wordt het soms gecombineerd met een “ischiadicusblok” (zie verder).
Zelden wordt in de liesplooi een katheter geplaatst voor langdurige pijnstilling na zeer pijnlijke ingrepen.

2.4: Ischiadicusblok = een prik aan de achterkant van de bil voor verdoving van de heup en een gedeelte van het onderste lidmaat

Dit blok wordt soms toegepast samen met een femoraalblok als een ruggeprik niet mogelijk of tegenaangewezen is.

2.5: Kniekuilblok

2.6: Enkel- en Voetblok